Met de HKO terug in de tijd: De stoomzuivelfabriek

De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek ‘De Vechtstreek’ anno 1919 aan de Hammerweg in Ommen. In 1897 begon J.G. Kramer een boterfabriek in een voor die tijd fraaie houten fabrieksgebouw.

 De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek ‘De Vechtstreek’ anno 1919 aan de Hammerweg in Ommen.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Hammerweg 25 (Zuivelfabriek)”.

Naast deze stoomzuivelfabriek waren er nog twee handkrachtfabriekjes in Ommen. Achter de Hervormde kerk was de fabriek van Pieter van der Beek en aan het Ommerkanaal die van Arend Winters. In de fabriek van Kramer werkten behalve de eigenaar zelf, een machinist, een melkontvanger en een botermaker. De botermaker was Albert Gort. Na het overlijden van J.G. Kramer in 1909 werd de fabriek beheerd door zijn broer P. Kramer. In hetzelfde jaar verkocht Kramer de fabriek aan A. Lubberink te Staphorst. Aangemoedigd door de oprichting van andere coöperatieve fabrieken in den lande, kwamen de boeren met het plan in Ommen een coöperatieve fabriek op te richten. De boeren namen in 1910 de fabriek en inventaris voor ƒ 8300,- over van Lubberink. En zo begon dan de coöperatieve stoomzuivelfabriek ‘De Vechtstreek’ met 241 leden. Tot directeur werd benoemd H. Kruissink. De jaren van de Eerste Wereldoorlog gingen zonder veel moeilijkheden voor de fabriek voorbij.

In 1919 werd de fabriek grondig verbouwd. Het hout werd vervangen door steen. Op 2 september 1921 werd H. Hulst tot directeur benoemd. 1928 is een zeer belangrijk jaar in de geschiedenis van ‘De Vechtstreek’. Toen werd besloten naast boter melkpoeder te gaan fabriceren. Dankzij dit besluit is de fabriek een onderneming geworden met grote mogelijkheden. Het huidige fabrieksgebouw dateert uit 1937. Omdat de fabriek in alle opzichten te klein begon te worden, werd ondanks de minder goede tijd besloten tot een grondige verbouwing. Architect Feenstra uit Arnhem ontwierp het moderne fabrieksgebouw. Het kostte enige moeite van de gemeente vergunning te krijgen voor de bouw van zo’n moderne fabriek. Burgemeester Nering Bögel was van mening dat de bouwstijl toch wel enigszins moest worden aangepast aan de omgeving. Toch gaf hij zich gewonnen aan de architect en toen alles er eenmaal stond, gaf de burgemeester de architect graag toe dat het een prachtig gebouw geworden was.

Bron: Ommer Nieuws – 14 januari 1998

Plaats een reactie