In de beklaagdenbank schuift een keurige jongeman in een beigekleurig colbertjasje, de donkerbruine broek netjes in de vouw. Zelfverzekerd kijkt deze 25-jarige zoon uit een uitstekend bekend staand Brabants gezin voor zich uit.
Vier uur later zit een jammerlijk hoopje mens te snikken. De advocaat-fiscaal heeft dan twaalf jaar gevangenisstraf geëist wegens doodslag, arrestatie van meer dan honderd onderduikers, mishandeling, dienstneming in vijandelijke krijgsdienst en een roofoverval.
Omgeschoold tot bewaker
Wilhelmus Vogels moest in het begin van de oorlog het rustige Veghel, waar hij als ketelmonteur werkte, verlaten om in Duitsland te gaan werken. Het beviel hem daar in het Derde Rijk maar slecht en dus keerde hij niet van z’n verlof terug. Hij dook onder in het ouderlijk huis. Daar werd hij al spoedig opgepakt en naar het kamp Erica bij Ommen getransporteerd. Veertien dagen later moest Willy met een groep gevangenen aantreden. De kampcommandant deelde hun mede dat zij naar Riga zouden worden gestuurd. Men kon zich echter ook voor de Waffen-SS, de Landstorm Nederland en de Kontrolldlenst melden. Slechts enkelen traden naar voren. Onder hen bevond zich Willy Vogels. Hij kwam bij de Kontrolldienst en werd bewaker in hetzelfde kamp waar ook hij gevangen had gezeten. Wilhelmus Vogels, toen pas 20 jaar oud, had zich in veertien dagen tijds van gevangene tot bewaker laten “omscholen”, zoals de advocaat-fiscaal, mr. Nube, het gisteren uitdrukte.
“Die heb ik …..”
Die omscholing was grondig geweest; Willy paste zich wondergoed aan. Op een nacht in Juli 1940 bewaakte hij een barak in het z.g. palissadenkamp. De barak was overvol en de gevangene Cornelis Ottens kreeg het benauwd en werd onwel. Hij snakte naar frisse lucht en liep daarom naar de deur van de barak die hij opende. Willy Vogels zag dat de deur openging en schoot onmiddellijk. Ottens stortte neer en Willy riep triomfantelijk: “Ha die heb ik. Dat betekent vier dagen verlof en 25 gulden”. Dat was de beloning die een bewaker voor een neergeschoten gevangene ontving.
Ottens overleed diezelfde nacht tijdens het vervoer naar het ziekenhuis in Zwolle. “Ik heb niet geroepen van die 25 gulden en die vier dagen” zegt Vogels. Een getuige, die ook in die barak lag, had echter wel horen roepen. In ieder geval kreeg Wlliy z’n beloning en hij was zo goed om een deel van het geld aan het Duitse Rode Kruis af te staan. Overigens was hij zeer gebelgd dat hij niet bevorderd was voor z’n optreden. Dat was zo’n beetje de gewoonte in Ommen !
Op mensenjacht
In September 1943 werd Vogels overgeplaatst naar Friesland, waar hij als A.K.D.-man voor het Arbeidsbureau dag en nacht op stap ging om onderduikers op te sporen. Hij had niet over gebrek aan succes te klagen, want meer dan honderd jongens (zelf gaf hij eens op 140 joeg hij uit hun schuilplaatsen op. Een van hen, de 19-jarige zoon van de heer Sliep uit Aalsum, die Vogels tezamen met IJme van Dijk had gearresteerd, is in een concentratiekamp omgekomen. In Franeker werd Floris Tiemersma op last van de beruchte politiecommandant Koster van z’n bed gelicht. Vogels was daarvoor apart uit Leeuwarden gekomen. Om z’n onkosten te dekken nam hij toen maar zon slordige 600 gulden uit de portefeuille van z’n slachtoffer! Verder ontzag Vogels zich niet z’n arrestanten zo nu en dan eens krachtig aan te pakken, of wel te mishandelen.
Een praatje bij de haard
In Januari 1944 bracht Vogels tezamen met Geert van den Brink een bezoek aan de boerderij van R. Andringa aan de Badweg te Huizum, zonder enige opdracht overigens. Zij doorzochten het hele huis z.g. naar een boterkarn, doch namen tenslotte genoegen met een 100 gulden aan zilvergeld. Daarna maakten beide heren het zich maar eens gemakkelijk. Zij gingen rustig bij de kachel zitten en Willy speelde wat op z’n mondorgel! Vogels nam tenslotte in de zomer van 1944 dienst bij de Landstorm Nederland, een onderdeel van de Duitse weermacht. Tot de bevrijding was hij op verschillende plaatsen in Nederland aan het front ingezet. De advocaat-fiscaal achtte het ten laste gelegde bewezen en eiste behalve twaalf jaar gevangenisstraf, ontzetting uit de kiesrechten en uit het recht ambten te bekleden en bij de gewapende macht te dienen voor de tijd van het leven.
De verdediger, mr. C. J. Verheven, achtte de doodslag op Ottens niet bewezen. Hoogstens kan men in dit geval spreken van dood door schuld. De roofoverval bij Andringa vond hij een kwajongensstreek Hij meende voorts in het gedrag van z’n Client, die ook aan een ernstig hartkwaal lijdt, aanleiding te zien een psychiatrisch onderzoek te doen instellen. Het Hof verklaarde zich, na in raadkamer te zijn geweest, hiermede accoord en verwees de taak derhalve terug naar de rechtercommissaris voor een nader onderzoek.
Tegen Willem Hansma, 55 jaar, landarbeider te Surhuizum, eiste de advocaat-fiscaal tien jaar en ontzetting uit de kiesrechten voor het leven. Hansma was behulpzaam bij het opsporen van onderduikers. Hij stond in zeer nauw contact met de beruchte Pier Nobach.
Bron: Leeuwarder Courant – 15 september 1948