Ommen, 21 januari 1842
Aan den Heer G. Rikkers te Hattem
Onderwerp: Keistenen
Tengevolge onze afspraak van den 15 january l.l. heb ik mij naar den Lemelerberg begeven om aldoor enigzens op te meten hoeveel steenen zich bij de voor uw rekening gegraven steenen mogten bevinden, welke u zoude kunnen gebruiken.
Naar ik vermoede zullen zestig a tachtig duizend keistenen daar bij zijn welke u zoude kunnen gebruiken.
Twee ingezetenen van Lemele zijn opgekomen tegen het weghalen dier steenen met name K. Bergman zeggende dat 2 1/2 las steenen naar de Regge of Hattem vervoerd zijn, waarvoor aan hem noch toekomt f 2,50 en K. Veldman van wien ook steenen naar de Regge of Hattem zijn vervoerd, doch niet weet hoeveel, hetgeen door de opzigters van Blom met name Kok en Hannes Muller welke te Hattem wonen is aangeteekend, ook dit is niet betaald, evenmin als die steenen, welke Veldman nog aan den berg heeft liggen.
Ik verzoek u Ed. mij te willen melden hoeveel gelden aan K. Veldman competeeren, terwijl ik u Ed. dan zal instellen de competeerende gelden aan K. Veldman en H. Bergman uit te betalen alsmede de som van zestig cents per last aan de markte, waarvoor ik zal kunnen doen halen de mij benodigde keisteenen.
De burgemeester van Ambt-Ommen
Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-290 – 21 januari 1842